ECLI:NL:GHDHA:2017:1979
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- G.J. van Leijenhorst
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht crisisheffing hoge lonen in strijd met artikel 1 EP EVRM
Belanghebbende, een financierings- en houdstermaatschappij binnen een groot concern, betwist de afdrachten van de crisisheffing over hoge lonen voor 2013 en 2014. De Inspecteur had het bezwaar ongegrond verklaard en de Rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep staat centraal of de terugwerkende kracht van de crisisheffing in artikel 32bd Wet LB 1964 strijd oplevert met artikel 1 EP Pro EVRM.
Het Hof verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat de terugwerkende kracht geoorloofd is en voldoet aan de vereisten van 'lawfulness' en 'fair balance'. Hoewel de invoering van de crisisheffing gerechtvaardigde verwachtingen van inhoudingsplichtigen aantast, zijn er specifieke en dwingende redenen, zoals de ernstige begrotingsproblemen en de noodzaak van een snelle, eenvoudige regeling, die deze inbreuk rechtvaardigen.
Het Hof oordeelt dat ook de verlenging van de crisisheffing voor 2014 op dezelfde gronden gerechtvaardigd is. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, de uitspraken van de Rechtbank bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de Rechtbank bevestigd.