ECLI:NL:GHDHA:2017:1978
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- G.J. van Leijenhorst
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht crisisheffing hoge lonen volgens artikel 1 EP EVRM
Belanghebbende, een onderdeel van een groot concern actief in bancaire diensten en verzekeringen, betwist de afdrachten van de crisisheffing over hoge lonen voor de jaren 2013 en 2014. De heffing is gebaseerd op artikel 32bd van de Wet LB 1964 en betreft lonen boven €150.000 uitbetaald in 2012 en 2013.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij werd verwezen naar eerdere arresten van de Hoge Raad die de terugwerkende kracht van de crisisheffing als geoorloofd beschouwen. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de regeling in strijd is met artikel 1 EP Pro EVRM vanwege de ontoelaatbare terugwerkende kracht.
Het Hof verwierp dit standpunt en bevestigde dat de crisisheffing voldoet aan de vereisten van 'lawfulness' en een 'fair balance'. Hoewel de regeling verwachtingen van inhoudingsplichtigen aantast, zijn er dwingende redenen vanwege de economische noodzaak en begrotingsdoelstellingen die de terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Het Hof oordeelde dat ook de verlenging van de crisisheffing voor 2014 op dezelfde gronden geoorloofd is. Er werd geen aanleiding gezien om af te wijken van de jurisprudentie van de Hoge Raad. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM.