ECLI:NL:GHDHA:2017:1973
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- G.J. van Leijenhorst
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht crisisheffing hoge lonen niet strijdig met artikel 1 EP EVRM
Belanghebbenden, vennootschappen actief in postbezorging en geldverkeer, hadden bezwaar gemaakt tegen de pseudo-eindheffing crisisheffing over de jaren 2013 en 2014, die deels betrekking had op bonussen uit eerdere jaren. De Rechtbank had het beroep van één belanghebbende gegrond verklaard en de overige beroepen ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of de terugwerkende kracht van de crisisheffing, zoals opgenomen in artikel 32bd van de Wet LB 1964, in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Belanghebbenden stelden dit, de Inspecteur betwistte dit. Het Hof wees het beroep af, verwijzend naar arresten van de Hoge Raad waarin de terugwerkende kracht als geoorloofd werd beschouwd, met inachtneming van de vereisten van 'lawfulness' en 'fair balance'.
Het Hof overwoog dat de crisisheffing onderdeel was van een breed pakket maatregelen om het begrotingstekort terug te dringen en de stabiliteit van de Europese muntunie te waarborgen. De keuze om het loon van het voorgaande jaar als grondslag te gebruiken was gerechtvaardigd vanwege de urgentie en uitvoerbaarheid. Het Hof concludeerde dat de belangenafweging door de wetgever binnen de ruime beoordelingsmarge bleef en dat de hogere beroepen ongegrond waren.
Proceskosten werden niet toegewezen en er werd geen vergoeding van griffierecht gelast. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van de Rechtbank.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM en verklaart de hoger beroepen ongegrond.