Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 27 juni 2017
Attero Zuid B.V.,
de Omgevingsdienst Brabant Noord,
het Stadsgewest ’s-Hertogenbosch,
de Regio West-Brabant,
de gemeente Bergen op Zoom,
het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, thans
Metropool Regio Eindhoven,
de gemeente Dongen,
de gemeente Gilze en Rijen,
de gemeente Goirle,
de gemeente Hilvarenbeek,
de gemeente Loon op Zand,
de gemeente Oisterwijk,
de gemeente Tilburg,
de gemeente Waalwijk,
Het geding
Beoordeling
- i) Het scheidsgerecht heeft zich niet aan zijn opdracht gehouden en het arbitraal vonnis is tot stand gekomen in strijd met de openbare orde omdat het scheidsgerecht in strijd met het bepaalde in artikel 24 Rv Pro de feiten heeft aangevuld en op een niet door Attero aangevoerde grondslag heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen van Attero.
- ii) Het arbitraal vonnis bevat op onderdelen geen steekhoudende verklaring. Het scheidsgerecht heeft ten onrechte geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat Attero ten aanzien van het van derden gecontracteerde afval per 1 januari 2000 bestaande contractsverplichtingen had als bedoeld in artikel III, lid 1, laatste volzin van het Tarievenmodel of dat dit afval niet (in voldoende mate) uit Zuid-Nederland afkomstig was (althans voor Attero beschikbaar was).
- iii) Door de producties E-56 tot en met E-64 en E-68 tot en met E-71 te weigeren heeft het scheidsgerecht artikel 27 lid 1 NAI Pro reglement onjuist toegepast alsmede onderdeel e. van de tussen partijen overeengekomen procesorde. Het niet toelaten van de producties is bovendien een schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor.