Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 22 november 2016
1. [appellant 1],
2. [appellant 2],
Enexis B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“In deze meters is het mechanische telwerk vervangen door elektronica met voor het aflezen een lcd-schermpje. De te meten stroom wordt door een “shunt” geleid, die in serie staat met het verbruikersnet. Een shunt is een speciaal type weerstand waarvan de weerstandswaarde in milliohms nauwkeurig is vastgesteld. (…)”.[appellanten] concluderen hieruit dat shunten alleen in een digitale meter en niet in een analoge meter aanwezig zijn.
“hij in de periode van 24 maart 2009 tot en met 24 maart 2010 te Eerde, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan de Molenweg 1, een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 480 hennepplanten (…)”.
In de strafzaak tegen [appellant 2] heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 11 december 2012 (productie 32 bij memorie van antwoord) bewezen verklaard dat
“zij in de periode van 1 februari 2009 tot en met 24 maart 2010 te Eerde, gemeente Veghel, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de Molenweg 1) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 480 hennepplanten (…)”.
Zowel [appellant 1] als [appellant 2] is in de strafzaak vrijgesproken van het eveneens tenlastegelegde feit van diefstal van energie.
viervoorafgaande oogsten. Dit feit kan redelijkerwijs niet uit de bewezenverklaringen worden afgeleid. Artikel 161 Rv Pro mist op dit punt in deze zaak derhalve toepassing.
[appellant 2] heeft bij de politie op 24 en 25 maart 2010 gedetailleerd verklaard over de hennepkwekerij. Daarbij heeft zij onder meer verteld dat de kwekerij is opgezet in februari 2009, dat in maart alles klaar stond, dat het in het begin even duurde voordat de plantjes goed groeiden, dat de eerste oogst was in het voorjaar van 2009, en dat de teelt die op 24 maart 2010 door de politie is aangetroffen de vierde oogst zou worden. [appellant 1] heeft in hoger beroep bij zowel de comparitie na aanbrengen als het pleidooi erkend dat de eerste oogst heeft plaatsgevonden voor hun vakantie naar China, die plaatsvond van 20 juli 2009 tot 7 augustus 2009. Enexis heeft die vakantie naar China niet gemotiveerd betwist. Gelet op de tijd die nodig is geweest voor het opstarten van de kwekerij en de duur van een teelt, te weten circa negen weken, acht het hof niet bewezen dat er voorafgaande aan de reis naar China sprake is geweest van meer oogsten dan de ene oogst die door [appellanten] is erkend.
Het hof acht aannemelijk dat, zoals [appellanten] hebben gesteld, er tijdens de reis naar China geen sprake was van een hennepteelt. Enige aanwijzing dat derden in die periode voor de kwekerij zorg zouden hebben gedragen, ontbreekt. Het hof acht wel bewezen dat er na de Chinareis nog sprake is geweest van twee voltooide teelten naast de teelt die door de politie op 24 maart 2010 is aangetroffen. Dit strookt met de verklaring van [appellant 2] van 24 maart 2010 dat de aangetroffen teelt de vierde teelt was, met het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juni 2014 in de ontnemingszaak (productie 1 bij memorie van grieven), met de duur van de periode tussen 7 augustus 2009 en 24 maart 2010 in relatie tot de duur van een kweek (negen weken) en met de in de kwekerij aangetroffen mate van vervuiling aan stof en kalk. Ook de grote hoeveelheid lege jerrycans waarin meststoffen hebben gezeten past bij meerdere teelten. Wat betreft deze lege jerrycans overweegt het hof dat hieruit niet exact kan worden afgeleid hoeveel teelten er precies geweest zijn, nu de berekeningen van Enexis zijn gebaseerd op voedingsmiddel van het merk Ferro terwijl, zoals [appellant 1] heeft aangevoerd ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep en ook uit de foto’s blijkt, er ook veel jerrycans van het merk Aqua Logic waren, en er ook kleinere plastic lege flessen op de foto’s te zien zijn. Bij gebreke van een meer concrete en specifieke aanduiding van de aangetroffen lege jerrycans en flessen en de (voormalige) inhoud ervan kan het hof niet concluderen dat er meer teelten geweest zijn dan die het hof thans bewezen acht.
Enexis heeft deze stelling bij memorie van antwoord weersproken, en stelt dat de planten gedurende de eerste periode juist méér licht nodig hebben om goed te kunnen groeien. Enexis wijst er op dat zij bij haar berekeningen steeds is uitgegaan van het teeltschema zoals dit volgens vaste jurisprudentie wordt gehanteerd. Ook heeft zij een uitdraai overgelegd van een veelgebruikt voedingsmiddel (Canna), waarop eveneens vermeld staat dat de hennepplanten in het begin juist langer licht nodig hebben om te groeien.
Het hof overweegt dat Enexis de juistheid van haar schadeberekening op dit punt voldoende heeft aangetoond, en dat [appellant 1] de gemotiveerde en onderbouwde stellingen van Enexis op dit punt bij pleidooi niet gemotiveerd hebben weersproken. Dit brengt mee dat dit deel van grief 4 als onvoldoende onderbouwd wordt verworpen.
Enexis betwist de stellingen van [appellanten], en stelt dat de aanwezige ventilatoren wel degelijk 24 uur per dag moeten aanstaan om te zorgen voor een constante aanvoer van voldoende zuivere lucht en afvoer van verbruikte (hennep)lucht alsmede het verplaatsen/gelijkmatig verdelen van de lucht/warmte in de hennepkweekruimte. Een hennepkweekruimte dient een constante (onder)druk te hebben en de temperatuur dient in de gehele ruimte zoveel mogelijk verdeeld en gelijk te zijn. De stelling van [appellanten] dat de luchtinlaatventilator niet zou draaien als de lampen uit zijn is volgens Enexis onjuist. Dit zou immers betekenen dat er wel lucht wordt uitgelaten via de uitlaatventilator maar dat er geen lucht wordt ingelaten, waardoor er een steeds grotere onderdruk in de kweekruimte zou ontstaan. Ook de zwenkventilatoren die zorgen voor een zo goed mogelijke verdeling van de temperatuur en lucht dienen 24 uur per dag aan te staan. Het voorgaande is niet anders in de wintermaanden, ook dan is het nodig dat er verse lucht wordt aangevoerd en dat het kweekklimaat zo constant mogelijk is.
Het hof acht het, gelet op het grote belang van een constant kweekklimaat, een gelijkmatig verdeelde lucht en temperatuur en een constante (onder)druk in de kweekruimte, voldoende aannemelijk dat alle ventilatoren 24 uur per dag aan staan. Het verweer van [appellanten] dat er geen sprake is van de inlaat van verse lucht als de lampen uit staan, met name in de wintermaanden, is door Enexis gemotiveerd weersproken en wordt als onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd verworpen. Enexis merkt terecht op dat als er geen verse lucht wordt ingelaten maar wel wordt uitgelaten, de onderdruk in de ruimte zal toenemen, hetgeen niet wenselijk is, en dat de ventilatoren bovendien nodig zijn voor het handhaven van een gelijkmatig klimaat in de kweekruimte. [appellanten] hebben één en ander onvoldoende weersproken en hun stellingen onvoldoende onderbouwd. Wel hebben zij er op gewezen dat er een auto climatecontrol-systeem was met een zestrapssysteem, waardoor de ventilatoren – die ook een koelfunctie hadden – niet altijd allemaal voor de volle 100% van hun vermogen draaiden. Enexis heeft dit laatste onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het hof zal hiermee rekening houden bij de schatting van de verbruikte energie, in die zin dat het hof de elektriciteit die Enexis heeft berekend voor de ventilatoren zal verminderen met 20%. Dit betekent dat het hof rekening houdt met een factor van 80%. De door [appellanten] in hun berekening gehanteerde factor van 35% neemt het hof niet over, aangezien onvoldoende is onderbouwd dat het daadwerkelijke energieverbruik van de ventilatoren slechts 35% is geweest van het maximale verbruik bij vol vermogen.
Enexis stelt zich op het standpunt dat de kachels ook in de zomerperiode gebruikt worden, om een gelijkmatige temperatuur in de hennepkwekerij te bereiken en te behouden. Zij betwist dat de derde kachel niet meegerekend mag worden, aangezien deze wel was aangesloten en ook heeft aangestaan, in elk geval voor de betere warmteverdeling over de ruimtes. Aangezien alle drie de kachels waren aangesloten dienen ze ook alle drie in de berekening meegenomen te worden. Verder wijst Enexis er op dat zij, anders dan [appellanten] beweren, de kachels niet voor het volle wattage en voor 100% van de tijd in haar berekening heeft meegenomen, maar uitsluitend voor de tijd dat de lampen waren uitgeschakeld en bovendien voor slechts 50%.
Het hof overweegt dat Enexis in haar schadeberekening (antwoord conclusie na enquête tevens vermindering van eis) inderdaad alleen rekening houdt met de verwarming in de uren dat de lampen uit staan, en dat zij over de wel meegerekende uren bovendien een correctiefactor van 50% toepast. [appellanten] hebben hiermee ten onrechte geen, althans onvoldoende, rekening gehouden. Dat het elektriciteitsverbruik van de kachels lager is dan op deze wijze berekend, acht het hof niet aannemelijk geworden en hebben [appellanten] niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld met exacte gegevens over de grootte van de ruimten, de capaciteit van de kachels en de in de kwekerij aangehouden temperatuur. Het uitgangspunt van [appellanten] dat de eerste oogst dateerde van september/oktober 2009 is in elk geval onjuist; het hof verwijst naar hetgeen eerder in dit arrest is overwogen. De stelling van [appellanten] dat de derde kachel niet meegerekend mag worden, wordt verworpen, nu [appellanten] zelf stellen dat twee kachels (net) te weinig waren en dat de derde kachel bovendien nodig was voor een betere warmteverdeling. Daaruit volgt dat de derde kachel niet uitsluitend als back-up aanwezig was. Daar komt bij dat Enexis gemotiveerd heeft gesteld dat de gewenste gelijkmatige temperatuur in een hennepkwekerij circa 24 graden Celsius bedraagt, en geen 17 graden waar [appellanten] van uit gaan. Het hof acht, zonder nadere toelichting en onderbouwing die ontbreekt, niet aannemelijk dat gedurende de eerste teelt in april/mei/juni 2009 en de tweede teelt in september/oktober 2009 de buitentemperatuur dag en nacht steeds voldoende hoog was om de verwarming niet te hoeven gebruiken. Dat de ruimten goed geïsoleerd waren maakt de berekening van Enexis niet zonder meer onjuist. Wel is Enexis in haar schadeberekening voor de verwarming voor ruimte 1 uitgegaan van 9.900 Watt, terwijl zij voor ruimte 2 is uitgegaan van 8.100 Watt. Aangezien niet weersproken is dat ruimte 2 slechts half zo groot is als ruimte 1, is het hof met de kantonrechter van oordeel dat de berekening van Enexis op dit punt een correctie behoeft. De kantonrechter is om die reden in haar vonnis van 16 april 2015 voor ruimte 2 uitgegaan van het door [appellanten] zelf opgeworpen, lagere, wattage van 4.950. Daarmee zijn de verwarmingskosten reeds in voldoende mate door de kantonrechter gecorrigeerd.
Het hof acht het verweer van [appellanten] aannemelijk. Hetgeen Enexis als verweer op dit punt heeft aangevoerd is onvoldoende sterk en overtuigend. Dit brengt mee dat het hof op dit punt een correctie zal toepassen zoals door [appellanten] verzocht van 1330,56 kWh.
in minderingte worden gebracht:
- één volledige (voorgaande) teelt in ruimte 1 en 2:
46.598,328 kWh(r.o. 15);
- voor de ventilatoren (r.o. 18): in totaal
6820,935 kWh, berekend als volgt:
20% van het verbruik over de aangetroffen teelt = 20% x (616,728 + 4.933,824 + 330,624 + 2.644,992) = 1705,234 kWh;
20% van het verbruik over 3 voorgaande teelten = 20% x 3 x (616,728 + 4.933,824 + 330,624 + 2.644,992) = 5115,701 kWh;
- voor de verwarmingskosten, conform het vonnis van de kantonrechter uitgaande van 4950 Watt voor ruimte 2 (r.o. 19): in totaal
4498,200 kWh, berekend als volgt:
voor de aangetroffen teelt: in plaats van 170,100 kWh en 2721,600 kWh dient uitgegaan te worden van respectievelijk 103,950 kWh en 1663,200 kWh, hetgeen betekent dat 1124,550 kWh teveel in rekening is gebracht;
voor de 3 voorgaande teelten is 3x 1124,550 kWh = 3373,650 kWh teveel in rekening gebracht;
- voor de vertragingskosten van de verlichting (r.o. 20) dient
1330,560 kWhin mindering te worden gebracht.
De hoeveelheid niet geregistreerde elektriciteit zal derhalve door het hof worden vastgesteld op (134.141,640 - 46.598,32 - 6820,935 - 4498,200 - 1330,560) =
74.893,625 kWh.Op basis van de destijds geldende kWh-prijs ad € 0,0891/kWh wordt deze hoeveelheid elektriciteit becijferd op
€ 6.673,02. Vermeerderd met de door Enexis gevorderde en in hoger beroep niet betwiste kosten brengt dit mee dat de vordering van Enexis toewijsbaar is tot een bedrag van in totaal
€ 7.873,48.Het hof zal het vonnis van de kantonrechter in die zin aanpassen.
Beslissing
- veroordeelt [appellant 2] en [appellant 1] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.873,48, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2010 tot aan de dag der voldoening;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat elke partij zijn/haar eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.