Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 1 november 2016
Wallaard Groen B.V.,
de Gemeente Katwijk,
[gevoegde partij],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
grief Ivoert Wallaard aan dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat het begrip “manipulatief biedgedrag” in artikel 5.4.4. van de Inschrijvingsleidraad nader is ingevuld en dat daarbij aansluiting is gezocht bij het begrip “realistische prijzen”. In
grief IIvoert Wallaard aan dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat [gevoegde partij] in eerste aanleg geen enkele verantwoording vanuit kostenperspectief heeft gegeven van haar prijzen. In
grief IIIbetoogt zij dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet heeft vastgesteld dat de Gemeente de inschrijving van [gevoegde partij] niet of ondeugdelijk getoetst heeft aan de eisen van artikel 5.4.4. van de Inschrijvingsleidraad, terwijl zij met
grief IVbetoogt dat de voorzieningenrechter er ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden dat de inschrijfsom van [gevoegde partij] ten opzichte van 2011 sterk gestegen zou moeten zijn in verband met de wettelijk verplichte gewijzigde uitvoering van de werkzaamheden, terwijl in feite slechts sprake is van een marginale stijging van de inschrijfsom. In
grief Vstelt Wallaard dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de door [gevoegde partij] aangeboden prijzen niet reëel zijn in die zin dat de kosten van de dienstverlening niet gedekt zijn. Met
grief VIkomt Wallaard op tegen het feit dat de voorzieningenrechter geen waarde heeft toegekend aan de begroting van een onafhankelijke en ervaren deskundige, terwijl
grief VIIis gericht tegen de kostenveroordeling.
manipuleren van de beoordelingssystematiek doordat geen waarheidsgetrouwe opgave van realistische prijzen is gedaan.Het begrip “realistische prijzen” is niet nader gedefinieerd. Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is het eerst relevant dat niet-realistische prijzen zijn gehanteerd, wanneer daarmee ook de beoordelingssystematiek wordt gemanipuleerd. Het enkel hanteren van niet-realistische prijzen beschouwt het hof binnen de kaders van het voorliggende bestek dus niet als manipulatief omdat die situatie wordt bestreken door de in de Inschrijvingsleidraad opgenomen
discretionairebevoegdheid van de Gemeente om een dergelijke inschrijving al dan niet terzijde te leggen.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 21 april 2016;
- veroordeelt Wallaard in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 718,- aan verschotten en € 3.576,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt Wallaard in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van [gevoegde partij] tot op heden begroot op € 3.576,- aan salaris advocaat, en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.