Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[naam],
2. [naam],
1.(…) [geïntimeerde 2] (…) hierna te noemen “de Kandidaat”,
2. Alvast BV (…);
Sleuteltoestemming JA/NEE”. ‘NEE” is doorgestreept en daaronder heeft [geïntimeerde 2] zijn handtekening geplaatst.
overeenkomst tot bemiddeling en dienstverlening’(hierna: de overeenkomst). Uit de considerans van die overeenkomst in combinatie met de artikelen 1 en 4 (zie 2.7) volgt naar het oordeel van het hof dat de maandelijkse vergoeding die tijdens de looptijd van een af te sluiten (tijdelijke) huurovereenkomst verschuldigd is, een vergoeding is voor ‘het vinden’ van die verhuurder. Dat de door de bewoner te betalen vergoeding maandelijks moet worden afgedragen zolang de door hem aangegane huurovereenkomst duurt, en dat daarmee de totaal te betalen vergoeding hoger is naarmate de duur van de huurovereenkomst langer is, betekent niet dat deze vergoeding niet bedoeld kan zijn voor ‘het vinden’ van de bewuste verhuurder. Zoals in de considerans van de overeenkomst expliciet is vermeld, acht Alvast deze constructie het meest redelijk, nu bij het type woningen dat Alvast voor kandidaat bewoners beoogt te vinden (tijdelijk leegstaande panden, die op basis van de Leegstandwet worden verhuurd of in gebruik gegeven) vooraf geen zekerheid kan worden gegeven over de duur van een afgesloten huurovereenkomst.
“onverminderd de door de Kandidaat aan Alvast BV verschuldigde vergoeding(en) uit hoofde van alsdan afgesloten (…) huurovereenkomsten, ook voor zover deze vergoedingen na de opzegging verschuldigd worden”. Met [geïntimeerde 2] is het hof van oordeel dat hieruit niet blijkt dat na opzegging de aan Alvast te betalen vergoeding van € 80,-- komt te vervallen. Deze bepaling lijkt er veeleer op te duiden dat deze vergoeding ook na opzegging verschuldigd blijft zolang de op dat moment afgesloten huurovereenkomst nog doorloopt. Het argument van Alvast snijdt dan ook geen hout.