ECLI:NL:GHDHA:2016:31
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- F.G.F. Peters
- J.J.J. Engel
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastingheffing op partiële compensatie EOB-pensioen
Belanghebbende, voormalig werknemer van het Europees Octrooibureau (EOB), ontving in 2009 een partiële compensatie ter vergoeding van de Nederlandse inkomstenbelasting over zijn EOB-pensioen. De Inspecteur legde hierover belasting op, maar de rechtbank stelde belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat de compensatie een emolument is en vrijgesteld van nationale belastingheffing.
In hoger beroep betwist het Gerechtshof deze kwalificatie. Het hof stelt vast dat de partiële compensatie geen emolument is in de zin van artikel 16, eerste lid, van het Protocol bij het Europees Octrooiverdrag, maar een pensioen gerelateerde uitkering die onder het tweede lid valt. Dit betekent dat de compensatie niet is vrijgesteld van nationale belastingheffing.
Het hof overweegt dat de Raad van Bestuur van de EOB binnen zijn bevoegdheid heeft gehandeld door het pensioenreglement aan te passen, maar dat de kwalificatie van de partiële compensatie als emolument niet standhoudt. De privileges en immuniteiten zijn bedoeld voor actieve werknemers, niet voor gepensioneerden. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de aanslag en beschikking van de Inspecteur, waarmee de partiële compensatie belastbaar blijft.
Uitkomst: De partiële compensatie is geen emolument en blijft belastbaar in Nederland; het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard.