ECLI:NL:GHDHA:2016:2294
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na verkoop beleggingspanden en gewijzigde draagkracht
In deze civiele zaak staat de wijziging van de partneralimentatie centraal. De man verzoekt om de alimentatie per 1 september 2013 op nihil te stellen, terwijl de vrouw de eerdere beschikking wil laten bekrachtigen. Het hof onderzoekt of de vrouw samenwoont met een derde als waren zij gehuwd, wat de alimentatieplicht zou beëindigen, maar concludeert dat dit niet aannemelijk is op basis van een rapport met beperkte observaties.
Vaststaat dat de man ten tijde van de eerdere beschikking eigenaar was van circa dertig panden waaruit hij inkomsten genereerde. Door financiële druk en beslagleggingen heeft hij bijna alle panden verkocht, waardoor zijn inkomen uit verhuur aanzienlijk is gedaald. Dit vormt een wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling van de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man rechtvaardigt.
De vrouw heeft een bedrag van €400.000,- ontvangen in de verdeling, maar haar behoefte blijft gelijk. De man stelt dat hij nu alleen van een WAO-uitkering leeft en schulden heeft, maar heeft onvoldoende bewijs geleverd van zijn actuele financiële situatie. Het hof stelt daarom de alimentatie per 25 april 2016 vast op €1.000,- per maand, rekening houdend met het gestopte recht op uitkering van de vrouw en de gedeelde financiële positie na de verdeling.
De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het beroep op samenwoning wordt afgewezen en het verzoek om nihilstelling van de alimentatie wordt niet gehonoreerd.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 25 april 2016 verlaagd naar €1.000,- per maand vanwege gewijzigde draagkracht na verkoop van beleggingspanden.