Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 20 januari 2016 van de zijde van de man een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- op 10 juni 2016 van de zijde van de moeder een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 21 juni 2016 van [belanghebbende] een brief.
- de advocaat van de man;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een stagiaire;
- de bijzondere curator en een stagiaire.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- Partijen zijn van 23 juli 2003 tot 11 november 2004 gehuwd geweest.
- Op [in] 2004 is te [geboorteplaats] uit de moeder geboren: [minderjarige] , hierna te noemen: de minderjarige.
- Bij beschikking van 4 mei 2006 van de rechtbank Rotterdam is de man ontvangen in zijn verzoek om een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige vast te stellen. De behandeling van het verzoek is pro forma aangehouden in verband met een onderzoek door de raad. Bij beschikking van 7 februari 2007 van dit hof is die beslissing van de rechtbank bekrachtigd. Daarbij heeft het hof onder meer overwogen dat tussen de man en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
- Bij beschikking van 7 januari 2008 van de rechtbank Rotterdam is het verzoek van de man om een omgangsregeling en een informatieregeling vast te stellen, afgewezen.
- Bij beschikking van 6 mei 2015 van de rechtbank Rotterdam is [de bijzondere curator] benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige teneinde hem te vertegenwoordigen.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
13 juli 2016.