Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 7 juni 2016
[appellant],
[VvE],
advocaat: mr. H.H.G. Theunissen te Leusden.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
(1.1) De VvE is eigenaar van [pand 1] aan de [adres 1], waarin vier appartementen zijn gevestigd (hierna: [pand 1]). [appellant] is sinds 1993 eigenaar van het naastgelegen pand aan de [pand 2] (hierna: [pand 2]).
(1.2) [pand 2] maakte tot de splitsing en verkoop in 1918 (als tuinkamer) deel uit van [pand 1]. Na deze splitsing is bovenop de tuinkamer nog een verdieping gebouwd. [pand 1] is aanzienlijk hoger en dieper dan het huidige [pand 2]. Achter [pand 2] bevindt zich een tuin.
(1.3) In de notariële akte uit 1918 (en ook in de koopakte van [appellant] ) is onder meer opgenomen:
“De muur van bovengezegd heerenhuis(hof: [pand 1])
staande op de grens van het bij deze verkochte, zal zijn gemeenschappelijk eigendom van verkooper en koopster en alzoo voor de helft aan de koopster in eigendom toebehoren, met recht voor de koopster en opvolgende eigenaren van het bij deze verkochte, om tegen dien muur aan te bouwen, zooals zij verkiezen en in denzelve tot op de helft der dikte, balken, ribben, ankers of andere ijzers of houtwerken te doen plaatsen, welk recht voorzoover niet reeds uit den gemeenschappelijken eigendom van gezegden muur volgens de wet voortvloeiende, wordt gevestigd als erfdienstbaarheid ten gebruike en ten nutte van het bij deze verkochte en ten laste van bovengezegd heerenhuis.Voorts wordt ten gebruike en ten nutte van bovengezegd heerenhuis en ten laste van het bij deze verkochte, gevestigd de erfdienstbaarheid van licht (geen uitzicht), doch alléén door middel van vaststaande ramen van ondoorzichtig ijs- of matglas in dat gedeelte van gezegden muur hetwelk grenst aan dat achterste gedeelte van den verkochten tuin, dat bebouwing van het overige gedeelte, volgens de plaatselijke verordeningen der Gemeente Dordrecht onbebouwd moeten blijven(hof: de blinde muur)
; behoudens dit verleende recht van licht kunnen overigens alle vensters, ramen, gaten en verdere openingen in gezegden muur door de koopster en opvolgende eigenaren, te allen tijde worden dichtgemaakt, als zijnde voor gezegd heerenhuis overigens alle rechten van uitzicht en licht, door middel van vensters, ramen, gaten of andere openingen in gezegden muur vervallen.De kosten van dichtmaken zijn ten laste van de koopster, doch alle verdere afwerking door bepleistering als anderszins aan de binnenzijde van het aan verkooper verblijvende heerenhuis te verrichten, alsmede de kosten voor de van bovenbedoeld recht van licht door verplaatsing der ramen, door veranderen van glasruiten als anderszins veroorzaakt, komen geheel voor rekening en ten laste van verkooper.”(1.4) De zijmuur van [pand 1] (hierna: de muur) vormt de scheidslijn tussen de beide percelen (en grenst aldus gedeeltelijk aan de tuin van [appellant]). Het aan de tuin grenzende gedeelte van de muur zal hierna ‘blinde muur’ worden genoemd. De muur is ter hoogte van beide panden opgebouwd uit twee muren, te weten de zijgevel van [pand 1] én een losse schil, die door middel van balkankers is gekoppeld aan de zijgevel van [pand 1] (hierna: de schil). De schil reikt tot ongeveer 9 meter boven maaiveld.
(1.5) Aan de muur dienen onderhouds- en herstelwerkzaamheden te worden verricht. Tussen partijen is een geschil over de vraag wie eigenaar is van de blinde muur en, daarvan afgeleid, of [appellant] gehouden is bij te dragen aan de kosten van het onderhoud en herstel ervan, al dan niet op grond van gestelde mandeligheid van de muur. Verder wil [appellant] dat ramen op (in hoger beroep alleen) de derde verdieping van [pand 1] van de VvE worden dichtgezet.
de vorderingen in eerste aanleg
a. veroordeling van [appellant] om toe te staan dat de VvE na behoorlijke kennisgeving en tegen schadeloosstelling tijdelijk gebruik maakt van het perceel van [appellant] voor het verrichten van de noodzakelijke schilder- en onderhoudswerkzaamheden aan de muur, zulks tegen verbeurte van een dwangsom van € 500 per dag(deel) dat [appellant] daarmee in gebreke blijft.
b. verklaring voor recht dat de muur gemeenschappelijk eigendom van partijen is, en dat partijen ieder voor de helft dienen bij te dragen in de kosten van onderhoud (inclusief herstel) en vernieuwing daarvan.
€ 25.000,--, dat de VvE met de uitvoering nalatig zal zijn (enigszins samengevat):
(i) tot het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de blinde muur binnen 30 dagen na het vonnis;
(ii) tot het dichtzetten van alle ramen in de muur van [pand 1] van de VvE die grenst aan het perceel van [appellant].
de beslissing van de rechtbank
I voor recht verklaard dat de gehele zijgevel (inclusief de schil) van [pand 1] aan de [adres 1] te Dordrecht, grenzend aan het perceel van de [pand 2], gemeenschappelijk eigendom is van partijen en dat partijen ieder voor de helft dienen bij te dragen in de kosten van onderhoud (inclusief herstel) en vernieuwing daarvan:
II [appellant] veroordeeld om aan de VvE toegang te verlenen tot zijn perceel teneinde de benodigde schilder- en onderhoudswerkzaamheden te verrichten aan de gemeenschappelijke zijgevel en de schil onder de voorwaarde beschreven onder 4.4.2. van het vonnis.
De rechtbank heeft in reconventie de VvE veroordeeld tot het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de muur van [pand 1] [adres 1] die grenst aan de tuin van de [pand 2], met inachtneming van hetgeen in het vonnis onder 4.2. is overwogen. Hiertegen heeft de VvE niet (incidenteel) gegriefd.
de vorderingen van [appellant] in hoger beroep
(i) aan de veroordeling van de VvE tot het uitvoeren van onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de muur van [pand 1] Wijnstraat 99-105 die grenst aan de tuin van de [pand 2] verplichtingen te verbinden zoals omschreven in de vordering;
(ii) de VvE te veroordelen om te gehengen en te gedogen dat alle ramen op de derde verdieping van [pand 1] van de VvE in opdracht en op kosten van [appellant] worden dichtgezet;
(iii) Primair: te verklaren voor recht dat de blinde muur geen gemeenschappelijke muur is, maar uitsluitend eigendom van de VvE;
Subsidiair: veroordeling van de VvE overeenkomstig hetgeen in eerste aanleg in voorwaardelijke reconventie is gevorderd en hierboven is weergegeven onder 3.
De veroordelingen telkens op verbeurte van een dwangsom.
de muur gemeenschappelijk eigendom van partijen?
Over de eigendom van de muur bepaalt de akte dat de muur gemeenschappelijk eigendom van verkoper en koper is; thans zijn dat de VvE en [appellant]. In de bewoordingen van de akte is geen enkele steun te vinden voor de uitleg dat partijen hadden bedoeld dat uitsluitend het deel van de muur waartegen gebouwd was of zou worden, gemeenschappelijke eigendom zou zijn. In zijn betoog dat partijen dit wel hebben bedoeld maakt [appellant] een koppeling met het andere onderwerp in die in de akte is geregeld, de erfdienstbaarheid van licht. Het ligt echter voor de hand dat een dergelijke erfdienstbaarheid slechts betekenis heeft als daarmee lichtinval wordt verzekerd in [pand 1] van thans de VvE vanuit het open, onbebouwde gedeelte van het perceel van thans [appellant]. Deze betekenis is niet aan de orde bij het andere gedeelte van de muur waartegen blijkens de akte immers gebouwd mag worden (en ook is gebouwd; zie de verdieping bovenop de tuinkamer).
voorwaarden aan de veroordeling tot medewerking aan onderhoud?
overdracht aandeel van [appellant] in de blinde muur?
mandeligis heeft [appellant] subsidiair (zie hierboven onder 6 sub (iii) gevorderd, enigszins verkort weergegeven, dat de VvE wordt bevolen mee te werken aan de op kosten van [appellant] te realiseren overdracht van zijn aandeel in de mandelige muur, zo nodig onder vestiging van een recht van opstal of erfdienstbaarheid op de grond onder dat aandeel. Hierboven onder 11 aan het slot is vastgesteld dat de blinde muur niet mandelig is. De voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld, is dus niet vervuld. Uit de toelichting op de subsidiaire vordering en de samenhang met de (formulering van) de primaire vordering leidt het hof echter het volgende af.
dichtzetten van de ramen op de derde verdieping?
Beslissing
woensdag 3 augustus 2016 te 13.30 uurin één der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag;