ECLI:NL:GHDHA:2016:1985
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.M. Warnaar
- L.F.A. Husson
- W. Burgerhart
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zuivere aanvaarding nalatenschap ondanks betwiste kostenbetalingen
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam inzake de zuivere aanvaarding van een nalatenschap. De kern van het geschil betreft of betalingen en opnames die appellante deed na het overlijden van de erflaatster en vóór de verklaring van beneficiaire aanvaarding, als kosten van een passende uitvaart kunnen worden aangemerkt, zodat deze niet leiden tot zuivere aanvaarding.
Het hof stelt vast dat volgens artikel 4:192 lid 1 BW Pro gedragingen die ondubbelzinnig wijzen op zuivere aanvaarding, ertoe leiden dat de nalatenschap zuiver wordt aanvaard. Handelingen die uitsluitend zien op een passende uitvaart zijn hiervan uitgezonderd. Uit de feiten blijkt dat appellante onder meer benzinekosten, een opname van € 500,- en boodschappen ten laste van de nalatenschapsrekening betaalde, welke niet als uitvaartkosten kunnen worden aangemerkt.
Het hof overweegt verder dat appellante zich bewust was van het bestaan van schuldeisers en dat de betalingen de nalatenschap hebben verminderd. Hierdoor heeft zij zich als een zuiver aanvaardende erfgenaam gedragen. Haar beroep op de redelijkheid en billijkheid en een wetswijziging faalt, omdat de gedragingen leiden tot benadeling van schuldeisers. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellante de nalatenschap zuiver heeft aanvaard door betalingen ten laste van de nalatenschapsrekening.