De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van zijn toenmalige echtgenote en vrijgesproken van een tweede tenlastelegging. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het deel dat betrekking had op de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak voor de verdachte niet openstaat.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zijn ex-echtgenote meermalen tegen de scheenbenen had geschopt en op het gezicht had geslagen, waardoor zij letsel en pijn heeft ondervonden. De verdediging voerde aan dat de geluidsopname waarop de mishandeling was vastgelegd was geënsceneerd, maar het hof verwierp dit verweer op grond van het NFI-onderzoek en de spontane uitspraken van een kind op de opname.
De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 25 uur, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, de aanwezigheid van kinderen, eerdere veroordelingen van de verdachte en de negatieve media-aandacht. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.