Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 2 februari 2016
[naam],
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“substantial grounds”) zijn om aan te nemen dat betrokkene in geval van uitlevering een reëel gevaar (
“a real risk”) loopt te worden onderworpen aan foltering of aan een onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, (o.a. EHRM 7 juli 1989, NJ 1990, 158, ECLI:NL:XX:AB9902). Doet zo’n situatie zich voor dan kan de minister niet volstaan met een verwijzing naar het zogeheten vertrouwensbeginsel, inhoudende dat uitgegaan moet worden van het vertrouwen dat Turkije, die het EVRM heeft geratificeerd, de bepalingen van dat verdrag zal eerbiedigen.