ECLI:NL:GHDHA:2016:1404
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na bezwaar en beroep wegens vermeende te hoge waardering
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen in Den Haag, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €189.000 per 1 januari 2014. Na een bezwaarprocedure en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betrof de vraag of de waarde van de woning te hoog was vastgesteld, mede gezien de aankoopprijs van €205.000 in 2012 en de mogelijke aanwezigheid van houtrot en houtworm. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatieverslag en een inpandig opnameverslag, waarin ook verbeteringen aan de woning werden vermeld.
Het hof overwoog dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen en het meenemen van verschillen in oppervlakte, ligging en bouwjaar. De stellingen van belanghebbende over houtrot en houtworm werden onvoldoende onderbouwd. Ook de door belanghebbende overgelegde taxatiekaart voldeed niet aan de vereiste onderbouwing.
Gelet op de generieke waardeverandering van circa 8% tussen koopdatum en waardepeildatum en het ontbreken van significante specifieke waardeveranderingen, werd de vastgestelde waarde gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €189.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.