ECLI:NL:GHDHA:2015:629
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- S.R. Mellema
- M.J. van der Ven
- J.J. Trap
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst zonder bewijslevering
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van appellant bij woningcorporatie Woonkracht. Appellant voerde aan dat hem onrechtmatig de mogelijkheid tot bewijslevering was onthouden, met name het horen van getuigen, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor en het gelijkheidsbeginsel waren geschonden.
De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van gewichtige redenen, waarbij het onderzoeksrapport van het recherchebureau Hoffmann een belangrijke rol speelde. Appellant had herhaaldelijk verzocht om getuigen te mogen horen om dit rapport te weerleggen, maar dit verzoek werd afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat dit een fundamentele schending van procesrechten betekende.
Het hof oordeelde dat ondanks het bijzondere karakter van de ontbindingsprocedure ex artikel 7:685 BW Pro, waarbij appel in principe niet mogelijk is, het beroep ontvankelijk was vanwege mogelijke doorbrekingsgronden. Het hof stelde vast dat partijen voldoende gelegenheid hadden gehad om op het rapport te reageren en dat appellant niet concreet had aangegeven welke feiten hij wilde bewijzen met getuigen. Het niet toelaten van getuigenlevering was daarom niet onredelijk en schond geen fundamenteel rechtsbeginsel.
Daarnaast was het motiveringsbeginsel niet geschonden, aangezien de kantonrechter haar beslissing voldoende had toegelicht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de ontbindingsbeschikking werd verworpen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.