Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Procesgang en het oordeel van de rechtbank
nummering rechtbank):
- i) de verdachte is eind december 2013 uitgereisd naar Syrië om daar deel te nemen aan de gewapende strijd. Vast staat ook dat hij daar actief aan de strijd heeft deelgenomen;
- ii) in deze strijd zijn talloze doden gevallen, waaronder inmiddels ook enkele tientallen uit Nederland afkomstige strijders;
- iii) reeds hierom is het dus heel wel mogelijk dat ook de verdachte in deze strijd om het leven is gekomen;
- iv) verdachte is tijdens zijn verblijf in Syrië steeds zeer actief geweest op diverse sociale media, zoals Twitter en YouTube; hij noemde zich zelfs een
- v) op 7 april 2015 heeft de vader van de verdachte gesproken met een verbalisant. Volgens de mutatie hiervan was de vader erg open en medewerkend en vertelde hij de verbalisant dat hij niets van [verdachte] had vernomen, maar dat hij wel wist dat een aantal ISIS-aanhangers die bij [verdachte] waren geweest aan zijn andere in Syrië verblijvende zoon, [broer], hadden verteld dat [verdachte] was overleden en dat zij bij hem waren geweest toen hij stierf;
- vi) een zus van de verdachte heeft op 24 juni 2015 gesproken met twee verbalisanten. Zij heeft hen bij die gelegenheid medegedeeld dat:
- vii) Mr. B. Nooitgedagt heeft ter terechtzitting van 6 oktober 2015 meegedeeld – en het is een goed gebruik dat een raadsman ten aanzien van dit soort mededelingen op zijn woord wordt geloofd - dat hij medio januari 2015 voor het laatst contact had gehad met zijn cliënt; bij die gelegenheid had zijn cliënt hem gezegd dat hij in de komende weken niet in de gelegenheid was om contact met hem te hebben; daarna is er geen enkel contact meer geweest. Pogingen van de raadsman om nog contact met zijn cliënt op te nemen, bleken vruchteloos;
- viii) de politie heeft sinds eind januari 2015 geen melding gemaakt van enig levensteken van de verdachte hoewel aangenomen mag worden dat zij haar interesse in het doen en laten van de verdachte niet was verloren;
- ix) op de sociale media is geen enkel betrouwbaar bericht geplaatst waaruit zou kunnen worden opgemaakt dat de verdachte nog in leven is.
evenmin contra-indicaties waren”.
3.Het vonnis waarvan beroep
4.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte
waarschijnlijkmaken, is deze termijn één jaar. In sommige andere gevallen, waarbij het overlijden tevens als
zekerkan worden beschouwd, is er geen wachttijd (art. 426 Boek Pro 1 BW).
een verklaring van horen zeggennu de broer van de verdachte niet zelf heeft kunnen vaststellen dat de verdachte daadwerkelijk is overleden tijdens het bombardement in Kobani op 22 januari jl. maar dat het hem is geworden via enkele ISIS-aanhangers. Voorts blijft in het midden of de ISIS-aanhangers die bi[verdachte] waren, hebben gezien dat verdachte daadwerkelijk is overleden. Deze twijfel wordt ook niet weggenomen door de verklaring van de zus van verdachte onder (vi.) die verklaart dat zij van [broer] zou hebben begrepen dat tijdens de bombardementen de verdachte – terwijl de overige strijders voor hun leven renden – was achtergebleven.