ECLI:NL:GHDHA:2015:2524
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring gestuit door aangetekende brief ondanks niet-ontvangst door gedetineerde
In deze civiele zaak vordert het slachtoffer van een mishandeling schadevergoeding van de dader, die destijds een PIJ-maatregel onderging en in een inrichting verbleef. De rechtbank veroordeelde de dader tot schadevergoeding, welke uitspraak in hoger beroep werd aangevochten.
De kern van het geschil betreft de stuiting van de verjaring door een aangetekende brief van 20 maart 2006, gericht aan de dader in de inrichting. De appellant betoogde dat de brief hem niet had bereikt omdat medewerkers van de inrichting de brief niet aan hem hadden overhandigd, en dat dit geen omstandigheid was die zijn persoon betrof volgens artikel 3:37 lid 3 BW Pro.
Het hof oordeelde dat het verblijf in de inrichting het gevolg was van eigen strafbare gedragingen van de appellant, waardoor het niet ontvangen van de brief door nalatigheid van medewerkers een omstandigheid is die zijn persoon betreft. Dit rechtvaardigt dat hij het nadeel draagt en dat de brief de verjaring heeft gestuit.
De grieven van appellant worden verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de verjaring is gestuit door de aangetekende brief, ondanks dat appellant deze niet persoonlijk heeft ontvangen.