ECLI:NL:GHDHA:2015:1856
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke ontbinding overeenkomst en vergoeding positief contractsbelang na beëindiging affectieve relatie
Partijen hadden een affectieve relatie die in 2011 eindigde, waarna zij een overeenkomst sloten over de financiële afwikkeling. De geïntimeerde betaalde aanvankelijk volgens afspraak, maar stopte daarna met betalingen. De appellant stelde hem in gebreke en ontbond de overeenkomst bij brief van 16 december 2013.
De rechtbank wees de vorderingen van appellant af, maar in hoger beroep oordeelde het hof anders. Het hof stelde vast dat appellant aanspraak kon maken op schadevergoeding wegens gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst op grond van artikel 6:277 BW Pro, het positief contractsbelang. De omvang van de schade werd vastgesteld op het openstaande bedrag van €16.565,-.
De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de ontbindingsdatum, maar de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen omdat de kosten niet verder gingen dan gebruikelijke aanmaningen en dossieropbouw. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De voorwaardelijke eis in reconventie van geïntimeerde werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De overeenkomst is gedeeltelijk ontbonden en geïntimeerde is veroordeeld tot betaling van €16.565,- met wettelijke rente vanaf 16 december 2013.