ECLI:NL:GHDHA:2015:1372
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontbinding huurovereenkomst en schadevergoeding na verstekvonnis
Fetum B.V. kwam in hoger beroep tegen een verstekvonnis en een vonnis waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in verzet tegen dat verstekvonnis. De zaak betreft een huurovereenkomst van bedrijfsruimte uit 1992, die per 16 november 2010 ontbonden werd door verstekvonnis van de rechtbank wegens huurachterstand.
Fetum stelde dat zij niet behoefde te verwachten dat de procedure zou worden voortgezet omdat partijen afspraken hadden gemaakt, aangeduid als een schikking. Het hof oordeelde dat Fetum onvoldoende had onderbouwd dat zij aan deze afspraken had voldaan en dat de procedure terecht was voortgezet. Tevens oordeelde het hof dat het verzet tijdig was ingediend omdat Fetum niet tijdig bekend was met het verstekvonnis.
Inhoudelijk stelde het hof vast dat de huurovereenkomst per 16 november 2010 was ontbonden en dat Fetum een huurachterstand en schadevergoeding verschuldigd was. Het hof wees een bedrag van € 20.325,16 toe wegens huurachterstand, invorderingskosten en rente, en € 66.598,92 aan schadevergoeding over de periode van 1 november 2010 tot en met 30 april 2012. Daarnaast wees het hof de proceskosten toe en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet ontvankelijk, ontbindt de huurovereenkomst per 16 november 2010 en veroordeelt Fetum tot betaling van huurachterstand en schadevergoeding.