Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 juni 2015
[appellant],
O3b Networks Management Services B.V.,
Het geding
mr. Q.M.F. Henselijn-Bosker, advocaat te Hilversum, en O3b door mr. A.A. Camonier, advocaat te Amsterdam, beiden aan de hand van overgelegde pleitnotities. Voorafgaand heeft [appellant] bij H12-formulier van 13 februari 2015 en bij H12-formulier en brief van 17 februari 2015 stukken aan het hof gestuurd. O3b heeft bij brief van 18 februari 2015 stukken aan het hof toegestuurd en daarnaast een brief van dezelfde datum zonder producties. Door een fout van de griffie van het hof zijn nog aanvullende brieven van [appellant] en O3b, beide van 18 februari 2015, niet in de behandeling betrokken.
Beoordeling van het hoger beroep
achter de broek zat. De wijze waarop [appellant] zijn ongenoegen over [collega G] heeft geuit geeft geen pas en gaat veel te ver. De klacht van [collega E] was
de druppel die de emmer deed overlopen. [appellant] heeft [collega E] ten onrechte persoonlijke verwijten gemaakt van zijn ongenoegen over zijn/haar salaris en haar zelfs thuis gestalkt met mails en telefoontjes. De kwestie van de beloning van [appellant] was in behandeling bij HR, met de intentie daar wat aan te doen, en het gaf ook geen pas dat [appellant] zich op hoge toon en onterecht bij Collar daarover heeft beklaagd. O3b is een kleine organisatie. Door de handelwijze van [appellant] is een onwerkbare situatie ontstaan, aldus nog steeds O3b.
Beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- compenseert de proceskosten van beide instanties;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;