Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De verdere loop van het geding
2.De nadere beoordeling van het hoger beroep
Afrekening indien [T] niet slaagt in het bewijs (?)heeft overwogen.
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of partijen een samenwerkingsovereenkomst hadden gesloten voor gezamenlijke in- en verkoop van koeien. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de geïntimeerde partij, [T], daarin was geslaagd, maar het hof oordeelde anders na een nadere bewijswaardering.
Het hof stelde vast dat de getuigenverklaringen van de zijde van [T] werden weersproken door getuigen van de appellant en dat de echtheid van het belangrijkste bewijsstuk, een berekening met handtekeningen en stempel, door deskundigenonderzoek niet onomstotelijk kon worden vastgesteld. Ook de wijze van factureren en het gebruik van een UB(N)-nummer boden onvoldoende aanwijzingen voor het bestaan van de overeenkomst.
Daarom vernietigde het hof het tussenvonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling. Tevens werd [T] veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof wees het meer of anders gevorderde in hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof vernietigt het tussenvonnis wegens onvoldoende bewijs en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.