Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1],wonende te [woonplaats],hierna: [appellant 1],
[appellant 2],
wonende te [woonplaats],
hierna: [appellant 2];
Gerechtshof Den Haag
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter dat Telepact toestond betaling te vorderen op grond van een dealerovereenkomst met de vof Wateringseveld Telecom.
De kern van het geschil betreft de vraag of de overeenkomst rechtsgeldig door appellanten is ondertekend of dat de handtekening door een derde is geplaatst zonder daartoe bevoegd te zijn. Telepact bracht een kopie van de overeenkomst en een paspoortkopie van appellant 1 in, maar het hof oordeelde dat dit onvoldoende bewijs is voor de echtheid van de handtekening.
Verder verwierp het hof het subsidiaire standpunt van Telepact dat zij mocht afgaan op de schijn van vertegenwoordiging, omdat de omstandigheden daarvoor onvoldoende waren. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van Telepact af, veroordeelde Telepact tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen en in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Telepact af wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige vertegenwoordiging en veroordeelt Telepact tot terugbetaling en kosten.