ECLI:NL:GHDHA:2014:4741

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
23 maart 2023
Zaaknummer
200.156.682/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 4.2 Second Opinion Reglement
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis inzake terugbetaling voorgeschoten huurtermijnen en bedrijfskosten

In deze civiele procedure heeft appellant, wonende te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de Sociale Verzekeringsbank inzake een vordering tot terugbetaling van voorgeschoten huurtermijnen en bedrijfskosten. De procedure is gevoerd volgens de Second Opinion-procedure, waarbij partijen instemden met het Second Opinion Reglement en de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro.

Het hof heeft kennisgenomen van de stukken uit de eerste aanleg en de overwegingen van de kantonrechter overgenomen. De enige grief betrof het niet beslissen overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd of geconcludeerd. Het hof achtte geen aanleiding dit te wijzigen en heeft het bestreden vonnis bekrachtigd.

Daarnaast heeft het hof besloten om in hoger beroep de kosten te compenseren, zowel in het principaal als in het incidenteel appel. Het arrest is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 16 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en compenseert de kosten in hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.156.682/01
Rolnummer rechtbank : 2325948 \ CV EXPL 13-5373

Arrest van 16 december 2014

in de zaak van

[appellant],

wonende te Amsterdam,
appellant,
advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam,
tegen

Sociale Verzekeringsbank,

gevestigd te Amstelveen,
geïntimeerde,
advocaat: mr. G.C. Kruijswijk te Bergen (NH).

De procedure

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 28 oktober 2014 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in de SO-formulieren staat vermeld, luidt de enige grief dat de rechtbank Den Haag (team kanton, locatie Leiden/Gouda hierna ook: de kantonrechter) in het vonnis van 15 jan 2014 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd of geconcludeerd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
Het hof ziet aanleiding om in hoger beroep, zowel in het principaal appel als in het incidenteel appel, de kosten te compenseren.

Beslissing

Het hof:
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 15 januari 2014;
compenseert in het hoger beroep de kosten, zowel in het principaal als in het incidenteel appel.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, V. Disselkoen en M.M. Olthof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.