Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het ten laste gelegde mensensmokkel, maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof onderzocht of verdachte uit winstbejag verblijf had verschaft aan een wederrechtelijk in Nederland verblijvende persoon door hem onderdak te bieden in een tempel in Den Haag.
De verdediging voerde aan dat bewijsmiddelen van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) uitgesloten moesten worden omdat deze niet bevoegd zou zijn tot zelfstandig onderzoek. Het hof verwierp dit verweer op grond van de Politiewet 1993, waarin aan de Kmar de taak is opgedragen mensensmokkel te bestrijden.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte uit winstbejag handelde. Hoewel de betrokkene werkzaamheden verrichtte in de tempel, waren deze niet gericht op verrijking en werd hij niet betaald. De kosten van verblijf werden niet vergoed en de werkzaamheden stonden in verhouding tot het geboden kost en inwoning. Daarmee werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij uit winstbejag handelde bij het verschaffen van verblijf aan een illegale vreemdeling.