Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- op 12 februari 2014 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- op 4 maart 2014 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;
- op 28 april 2014 een brief van diezelfde datum met bijlagen;
- op 6 mei 2014 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de advocaat van de vrouw.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
WW-uitkering, dan wel van het inkomen dat hij als kraanmachinist verwierf, te weten € 34.057,- bruto per jaar, dan wel van het inkomen dat hij genereerde als stuurman, te weten € 36.946,- bruto per jaar. De man voert daartoe het volgende aan. Er is geen sprake van zelf teweeggebracht verwijtbaar inkomensverlies dat voor herstel vatbaar is. De man stelt voorop dat het inkomensverlies niet (geheel) voor herstel vatbaar is. De man kampte al langer met psychische problemen en is als gevolg daarvan uit de functie van kapitein gezet. De man werkte met gevaarlijke stoffen, en zijn werkgever had na twee incidenten onvoldoende vertrouwen in hem en achtte het niet verantwoord om hem nog langer de verantwoordelijkheid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen te laten dragen. Vervolgens heeft de man eenzelfde keuze gemaakt als tijdens het huwelijk met de vrouw, namelijk de keuze tussen zijn gezin en zijn werk op de binnenvaart, en de man stelt dat het hem vrij moet staan wederom de keuze voor zijn gezin te maken. De man concludeert dat het niet van hem gevergd kan worden weer een baan in de binnenvaart te accepteren, zo hij al een dergelijke betrekking zou kunnen vinden. De man verwacht wel dat hij op korte termijn wel weer een baan als kraanmachinist zal kunnen vinden.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
mr. Hogendoorn-Matthijssen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 juni 2014.