ECLI:NL:GHDHA:2014:4298
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling op grond van schuldbekentenissen in afwikkeling samenleving
Partijen hadden een affectieve relatie van 2001 tot 2007 zonder samenlevingsovereenkomst. Tijdens de relatie werden bedragen onttrokken aan vennootschappen van de man, waarop de vrouw schuldbekentenissen tekende voor aanzienlijke bedragen. De man vorderde betaling van €391.801,61 plus rente en kosten.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw gehouden was tot betaling, maar het hof stelde vast dat alleen het bedrag van €19.000 daadwerkelijk als lening was erkend. De vrouw slaagde deels in het ontzenuwen van het voorshands oordeel dat sprake was van geldleningen voor de overige bedragen. De man kon zijn bewijsaanbod niet specificeren, waardoor het hof dit niet toeliet.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen voor zover zij de vrouw veroordeelden tot betaling van het hogere bedrag en veroordeelde haar tot betaling van €19.000 met wettelijke rente vanaf 5 maart 2009. Proceskosten werden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk werden gesteld.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €19.000 met wettelijke rente, eerdere hogere vorderingen worden afgewezen.