Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 23 december 2014
Damicom B.V. v.h.o.d.n. TGI B.V.,
[geïntimeerde]
Het geding
Verdere beoordeling van het hoger beroep
“[h]ij zou niet aan het concurrentiebeding worden gehouden”(zie r.o. 5 van het tussenarrest). [betrokkene] heeft dat onder ede niet bevestigd. Ook [geïntimeerde] zelf zegt dat als getuige niet. Volgens [geïntimeerde] zou [betrokkene] hebben gezegd:
"Hij zei ook dat ik er niet zo zwaar aan moest tillen, omdat het ging om het meenemen van bedrijfsgeheimen en klanten en dergelijke".Nog los van het feit dat [betrokkene] die mededeling niet bevestigt geldt dat het
"er niet zo zwaar aan […] tillen"iets wezenlijk anders is dan dat [geïntimeerde]
“niet aan het concurrentiebeding [zou]worden gehouden”.
"niet zo zwaar aan […] tillen"aansluit bij de door hem overgelegde
“Arbeidsovereenkomst aanvulling”tussen TGI en een (geanonimiseerde) collega, waarin over het concurrentiebeding is gezegd:
"de werkgever zal artikel 11 niet Pro zo letterlijk hanteren zoals nu beschreven is. De werknemer kan in goed overleg van werkgever veranderen, wel in achtneming van de wettelijke opzegtermijnen". Uit die brief blijkt dat TGI bereid was zich
"in goed overleg"redelijk op te stellen met betrekking tot het concurrentiebeding als de werknemer van baan zou willen veranderen. Die situatie heeft zich in onderhavige zaak niet voorgedaan, nu [geïntimeerde] zonder overleg met Damicom bij Stint in dienst is getreden.
"omdat ik om me heen zou gaan kijken"voor een andere baan. Dit vindt geen bevestiging in de verklaring van [betrokkene], noch in de andere bewijsmiddelen. Daar komt nog bij dat - zoals [geïntimeerde] zelf heeft verklaard - hij twee weken later een door TGI ondertekende, niet gewijzigde arbeidsovereenkomst heeft ontvangen. Niet aannemelijk is geworden dat [geïntimeerde] toen terug is gekomen bij Damicom op zijn gestelde protest tegen het concurrentiebeding.
"volmaakte overeenkomst tot stand gekomen"die in de weg staat aan een vordering tot betaling van schade of boete, en:
"In zoverre is daarom sprake van rechtsverwerking aan de zijde van Damicom", aldus nog steeds [geïntimeerde] (memorie van antwoord sub 54, antwoordakte sub 8).
"binnen vijf dagen na dagtekening dezes",dat wil zeggen: binnen vijf dagen na 23 juni 2011, dus uiterlijk 28 juni 2011. Daarvan is geen sprake. Weliswaar is het zo dat [geïntimeerde] onvoldoende weersproken heeft gesteld dat hij tijdig zijn werkzaamheden voor Schuuring heeft gestaakt, maar de bevestiging daarvan is te laat gedaan, namelijk bij e-mailbericht van 29 juni 2011 (11.22 uur) van Stint aan de advocaat van Damicom (zie r.o. 1.12 van het tussenarrest). Van de gestelde overeenkomst en/of rechtsverwerking is dus ook geen sprake. Dit laat onverlet dat het staken van de werkzaamheden voor Schuuring met ingang van 29 juni 2011 wel een rol speelt in het kader van de gevraagde matiging van de (eventueel) verbeurde boetes.
De arbeidsovereenkomst bestond nog maar kort. [geïntimeerde] droeg geen kennis van bedrijfsgeheimen en had evenmin (veel) persoonlijk contact met klanten van Damicom. Damicom heeft niets geïnvesteerd in de opleiding en deskundigheid van [geïntimeerde]. Door het concurrentiebeding wordt [geïntimeerde] onbillijk benadeeld ten opzichte van het zeer klein te achten belang van Damicom. Zijn recht op vrije arbeidskeuze wordt ernstig beperkt. Door het concurrentiebeding liep hij het risico zijn nieuwe baan te verliezen. [geïntimeerde] wilde ook niet langer bij Damicom werken.
1 april 1997 is de regeling van het concurrentiebeding ondergebracht in artikel 7:653 BW Pro en is het vierde lid van artikel 7A:1637x BW geschrapt. In de memorie van toelichting (MvT, Kamerstukken II 1993/94, 23 438, nr. 3, p. 35) is deze wijziging als volgt toegelicht:
€ 10.000,--.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan Damicom van een bedrag van € 10.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der inleidende dagvaarding (25 oktober 2011) tot aan de dag der algehele betaling;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van Damicom tot op 29 maart 2013 begroot op € 76,31 aan kosten exploot, € 851,-- aan griffierecht en € 375,-- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van Damicom tot op heden begroot op € 76,71 aan kosten exploot, € 683,-- aan griffierecht en € 1.788,-- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.