ECLI:NL:GHDHA:2014:4107
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitlevering aan Turkije zonder garantie medische zorg
Appellant, die ernstig ziek en geheel geïnvalideerd is, werd uitgeleverd aan Turkije ondanks toezeggingen van de Minister van Veiligheid en Justitie dat de uitlevering pas zou plaatsvinden nadat duidelijkheid was verkregen over de medische zorg in Turkse penitentiaire inrichtingen.
De medische toestand van appellant is ernstig verslechterd en hij is volledig afhankelijk van zorg. Er zijn zorgen over de medische zorg en veiligheid in Turkse gevangenissen, mede gebaseerd op rapporten van mensenrechtenorganisaties en ambtsberichten. Appellant vordert daarom in hoger beroep dat uitlevering wordt verboden en dat hij onmiddellijk wordt vrijgelaten.
Het hof stelt vast dat de Staat onrechtmatig handelt door over te gaan tot uitlevering zonder dat van Turkse autoriteiten is ontvangen welke specifieke medische zorg aan appellant zal worden geboden. De verklaring van Turkse zijde bevat onvoldoende concrete informatie over de zorg tijdens detentie. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en verbiedt de uitlevering, wijst de vordering tot onmiddellijke vrijlating af en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verbiedt de Staat om appellant uit te leveren aan Turkije wegens het ontbreken van informatie over de specifieke medische zorg.