Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
kken ten overstaan van voornoemde minderjarige en
de periode van1 augustus 2010 tot en met 31 december 2010 te Katwijk en elders in het arrondissement Den Haag meermalen, met [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum slachtoffer 2], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte
inde periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2010 te Katwijk meermalen, een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft getoond aan minderjarigen van wie hij wist dat deze jonger
warendan zestien jaar, immers heeft hij verdachte
betrokkene vanuit zijn problematiek extreem veel duidelijkheid nodig heeft. Op het moment dat die er niet is, neemt de spanning toe en daarmee het delictgevaar.”
[slachtoffer 1]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 1 en 9 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.836,84.
[slachtoffer 1], te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 2]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 2, 3, 4 en 9 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 4.562,46.
[slachtoffer 2], te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 december 2010 tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 5 en 6 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.336,00.
[slachtoffer 3], te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 september 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
598 (vijfhonderdachtennegentig) dagen.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1]ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 1 en 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 3.836,84 (drieduizend achthonderdzesendertig euro en vierentachtig cent) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
[slachtoffer 1], een bedrag te betalen van
€ 3.836,84 (drieduizend achthonderdzesendertig euro en vierentachtig cent) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
48 (achtenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
[slachtoffer 2]ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 2, 3, 4, 9 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 4.503,22 (vierduizend vijfhonderddrie euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 3,22 (drie euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
[slachtoffer 2], een bedrag te betalen van
€ 4.503,22 (vierduizend vijfhonderddrie euro en tweeëntwintig cent) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
91 (eenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
[slachtoffer 3]ter zake van het in de zaak met parketnummer 09-753068-11 onder 5, 6 bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 3.336,00 (drieduizend driehonderdzesendertig euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
[slachtoffer 3], een bedrag te betalen van
€ 3.336,00 (drieduizend driehonderdzesendertig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
43 (drieënveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.