ECLI:NL:GHDHA:2014:3021
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing rioolrecht en afwijzing dwangsom en schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen rioolrecht en afvalstoffenheffing voor 2008, waarbij de Inspecteur het bezwaar deels gegrond verklaarde. Na een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank stelde belanghebbende hoger beroep in tegen onder meer het niet toekennen van een dwangsom wegens late beslissing en een immateriële schadevergoeding.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende de Inspecteur onredelijk laat in gebreke had gesteld, waardoor geen dwangsom verschuldigd was. Tevens werd het verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen omdat de redelijke termijn voor beslissing niet was overschreden, mede door de vertraging veroorzaakt door belanghebbende zelf.
Verder werd geoordeeld dat de heffing van rioolrecht aan eigenaren niet in strijd is met het proportionaliteitsbeginsel, het verbod op willekeurige belastingheffing, het gelijkheidsbeginsel of artikel 1 Eerste Pro Protocol EVRM. De politieke keuze van de gemeente Rotterdam staat niet ter toetsing aan de rechter.
De verzoeken tot vergoeding van juridische advieskosten en proceskosten werden eveneens afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag rioolrecht bevestigd zonder toekenning van dwangsom of schadevergoeding.