ECLI:NL:GHDHA:2014:2958
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Dulek-Schermers
- Welbedacht
- Kuijer
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hof in rekestprocedure inzake tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Den Haag had op 19 juni 2014 de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand gelast. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het openbaar ministerie betoogde dat tegen deze beslissing geen hoger beroep openstaat, waardoor de tenuitvoerlegging niet wordt opgeschort.
Verzoeker stelde dat hij ten tijde van de zitting op 5 juni 2014 in een psychose verkeerde en daardoor niet aanwezig kon zijn, waardoor fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden. Verzoeker verzocht daarom om opschorting van de tenuitvoerlegging en doorbreking van de wettelijke uitsluiting van rechtsmiddelen op grond van artikel 557 lid 3 sub Pro 2 WvSv.
Het hof overwoog dat de voorzieningenrechter bedoeld in artikel 557 lid 3 sub Pro 2 WvSv een strafrechtelijke voorzieningenrechter moet zijn, maar dat de bevoegdheid om over dit verzoek te oordelen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank ligt, niet bij het hof. Daarom verklaarde het hof zich onbevoegd het verzoek in behandeling te nemen. Het hof merkte op dat de advocaat-generaal geen bezwaar maakte tegen opschorting en dat verzoeker het verzoek bij de rechtbank kan hernieuwen.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om het verzoek tot opschorting van de tenuitvoerlegging in behandeling te nemen.