ECLI:NL:GHDHA:2014:2860
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- E.M. Dousma-Valk
- T.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens langdurige afwezigheid huurder door detentie
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen [appellante 1], een woningcorporatie, en [geïntimeerde], die sinds november 2010 in voorlopige hechtenis zat wegens een strafzaak. De huurder heeft gedurende een periode van meer dan 18 maanden niet in de woning verbleven, waardoor hij niet langer zijn hoofdverblijf had op het gehuurde adres. De verhuurder stelde dat dit een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert en vorderde ontbinding en ontruiming.
De kantonrechter wees de vordering toe bij verstek, maar vernietigde dit vonnis later en wees de vordering af, mede omdat de verhuurder al in januari 2011 op de hoogte was van de detentie en er geen sprake was van onderhuur. In hoger beroep oordeelt het hof dat het langdurig niet gebruiken van de woning door de huurder een onomkeerbare tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt, ook al had de huurder de intentie terug te keren.
Het hof benadrukt het legitieme belang van de verhuurder als woningcorporatie om te zorgen voor daadwerkelijk gebruik van sociale huurwoningen vanwege woningschaarste. De argumenten van de huurder over kortstondige afwezigheid en de strafprocedure worden verworpen. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt daarom toegewezen en de huurder veroordeeld tot ontruiming en kostenbetaling.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens langdurige afwezigheid van de huurder door detentie en hij wordt veroordeeld tot ontruiming.