ECLI:NL:GHDHA:2014:2798
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.A.P. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over fiscale eenheid omzetbelasting en toepassing holdingresolutie
Belanghebbende verzocht om met ingang van het vierde kwartaal van 2011 met [A] Holding B.V. als één ondernemer voor de omzetbelasting te worden aangemerkt, maar dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen en door de rechtbank ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde belanghebbende dat zij, al dan niet rechtstreeks op basis van de holdingresolutie van 18 februari 1991, in aanmerking komt voor het vormen van een fiscale eenheid met [A].
De holdingresolutie maakt het mogelijk dat een houdstermaatschappij die een sturende en beleidsbepalende functie binnen een concern vervult, kan worden opgenomen in een fiscale eenheid, mits er sprake is van een concern met meerdere werkmaatschappijen. De rechtbank verwierp het verzoek omdat belanghebbende slechts met één werkmaatschappij een fiscale eenheid wenste te vormen.
Het Hof oordeelde echter dat belanghebbende zich op zodanige wijze onderscheidt van een individuele aandeelhouder dat zij, binnen de gekozen organisatievorm, deel uitmaakt van de fiscale eenheid. De activiteiten van belanghebbende zijn direct verbonden met het verrichten van economische activiteiten en niet slechts beleggingsdoeleinden. Daarom komt belanghebbende, zo al niet rechtstreeks op basis van de holdingresolutie, dan in elk geval via het gelijkheidsbeginsel, in aanmerking voor het vormen van de fiscale eenheid met [A]. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de beschikking gewijzigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en belanghebbende en [A] Holding B.V. worden met ingang van 1 oktober 2011 als fiscale eenheid voor de omzetbelasting aangemerkt.