ECLI:NL:GHDHA:2014:1677
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering teruggaaf omzetbelasting wegens uitsluitend vrijgestelde prestaties
Belanghebbende, werkzaam als tussenpersoon in de verzekeringsbranche en in projectontwikkeling, verzocht voor het jaar 2011 om teruggaaf van €1.106 aan omzetbelasting. De Inspecteur weigerde dit verzoek omdat belanghebbende geen belaste prestaties had verricht, slechts vrijgestelde verzekeringsactiviteiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat belanghebbende geen bewijs had geleverd van belaste omzet en geen facturen had overgelegd.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof, maar kon geen concreet bewijs aandragen dat de omzetbelasting verband hield met een economische activiteit anders dan de vrijgestelde verzekeringsactiviteiten. De Inspecteur onderbouwde zijn standpunt met een gemotiveerde betwisting. Het Hof oordeelde dat de rechtbank terecht had beslist en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Het Hof legde geen proceskostenveroordeling op. De uitspraak werd op 11 april 2014 in het openbaar uitgesproken en bevestigd. Belanghebbende en de Inspecteur kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de weigering van teruggaaf omzetbelasting bevestigd.