Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- de rechtbank gaat er volledig aan voorbij dat de verdeling van de aandelen afstuit op het feit dat de man de helft van de aandelen niet aan de vrouw kon leveren;
- het feit dat de man juridisch eigenaar is doet niks af aan het feit dat het de bedoeling was van partijen om de economische waarde, inclusief de toekomstverwachting, bij helfte te verdelen;
- er is sprake van een overeenkomst in de vorm van een echtscheidingsconvenant tussen partijen, waar het uitgangspunt in is weergegeven, het gehele bij het einde van het huwelijk aanwezige vermogen bij helfte te verdelen. In dit licht moet toch geconstateerd worden dat de man de aandelen voor de vrouw houdt;
- bij het sluiten van de overeenkomst zijn volgens de vrouw beide partijen niet uitdrukkelijk bedacht geweest op de mogelijkheid dat er op de aandelen zou worden terugbetaald dan wel dat dividend zou worden uitgekeerd. Dit is een niet voorziene omstandigheid waarover geen uitdrukkelijke afspraken zijn gemaakt, maar die gezien moet worden in het licht van de economische eigendom die voor vijftig procent bij de vrouw ligt;
- wanneer in artikel 6.8 opgenomen staat, dat de in Canada geregistreerde aandelen aan de man worden toegedeeld en in de volgende regel van artikel 6.14 staat dat de vrouw aanspraak heeft op 50% van de in Canada geregistreerde aandelen, dan is het toch niet anders dan dat partijen voor ogen heeft gestaan dat alle opbrengsten uit die aandelen voor de helft aan de vrouw toekomen.
- bij het opstellen van het convenant is de eigendom van de aandelen ook niet ter discussie geweest;
- de vrouw heeft uitsluitend recht op verrekening van de waarde van de aandelen;
- gelet op het feit dat de waarde tijdens de echtscheiding niet bepaalbaar was, hebben partijen besloten om deze waarde pas bij verkoop te voldoen;
- het tussen partijen gesloten convenant is hetgeen partijen zijn overeengekomen bij de echtscheiding op basis van de huwelijkse voorwaarden;
- over de waarde van de aandelen, de hoeveelheid, is diverse malen gesproken tijdens de besprekingen met de mediator;
- uit alle omstandigheden van het geval blijkt dat de vrouw volledig op de hoogte is van de aandelen;
- er is sprake van verrekenen en niet van verdelen;
- terugbetaling op de aandelen is niet een transactie als omschreven in artikel 6.14 van het convenant;
- het aantal aandelen dat door de man wordt gehouden is ongewijzigd;
- partijen zijn overeengekomen dat de man de helft van de waarde van de aandelen – met inachtneming van waardestijgingen en/of – dalingen betaalt aan de vrouw zodra deze aandelen zijn verkocht, maar van verkoop en overdracht is volstrekt geen sprake;
- terugbetaling op aandelen kan niet gelijk gesteld worden aan overdracht van een bron van inkomen.
“De vrouw heeft aanspraak op vijftig procent van de in Canada geregistreerde aandelen [naam bedrijf] Aangezien overdracht van vijftig procent van de aandelen verboden is, verplicht de man zich om binnen veertien dagen na verkoop en overdracht van de aandelen onder overlegging van de nodige bewijsstukken de helft van de verkoopprijs onder aftrek van kosten en eventueel te betalen belastingen en heffingen te voldoen. Indien de storting niet tijdig plaatsvindt is de man zonder verdere aanmaning in verzuim en is hij aan de vrouw over het niet betaald bedrag, zo lang hij in verzuim is, een rente verschuldigd, gelijk aan de wettelijke rente.”.
“Omtrent de waarde van de aandelen Canada kan ik geen oordeel vormen, deze waarde kan nihil bedragen dan wel een “ the sky is the limit” bedrag.”In het convenant is vermeld dat beide partijen genoegzaam bekend zijn met de in Canada geregistreerde aandelen [naam bedrijf] Op basis van deze feiten is het hof van oordeel dat de onderhavige aandelen ten tijde van het sluiten van het convenant klaarblijkelijk naar tevredenheid van beide partijen aan de orde zijn geweest.