ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3353
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen en afwijzing beroep eigenrisicodragerschap en gezagsverhouding zoons
Belanghebbende, een technisch tekenbureau, had twee zoons van de directeur werkzaam in de onderneming. Zij verzocht de Belastingdienst om met ingang van 2006 als eigenrisicodrager te worden aangemerkt, maar ontving geen reactie. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en verzuimboetes op wegens niet afgedragen premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet als eigenrisicodrager kon worden aangemerkt omdat de vereiste schriftelijke toestemming ontbrak en dat de zoons als werknemers met een gezagsverhouding moesten worden beschouwd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het uitblijven van een reactie van de Inspecteur geen bewuste standpuntbepaling inhield.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel. De zoons waren terecht als verzekeringsplichtig aangemerkt. De verzuimboetes werden vernietigd, maar de naheffingsaanslagen en heffingsrente bleven gehandhaafd. Het Hof wees het beroep af en bevestigde de uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslagen en oordeelt dat belanghebbende niet als eigenrisicodrager kan worden aangemerkt en dat de zoons verzekeringsplichtig zijn.