ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2998
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- R.F. Groos
- H.Th. Bouma
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige concurrentie door bestuurder na uittreden uit vennootschap
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant, voormalig statutair bestuurder van Impuls Verzekeringen B.V., onrechtmatig had gehandeld door na zijn vertrek uit de vennootschap klanten te benaderen en vertrouwelijke bedrijfsgegevens te gebruiken. De rechtbank Rotterdam had appellant reeds aansprakelijk gesteld voor onrechtmatige concurrentie, een vonnis waartegen appellant in hoger beroep ging.
Het hof bevestigde dat appellant tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst statutair bestuurder was en dat zijn brieven niet duidelijk een aftreden inhielden. Het hof verwierp appellant's stelling dat hij per 29 september of 4 oktober 2006 geen bestuurder meer was. Verder concludeerde het hof dat appellant gericht en stelselmatig klanten van Impuls had benaderd met het oogmerk deze voor zichzelf te winnen, waarbij hij vertrouwelijke informatie gebruikte.
Het hof baseerde zich onder meer op een bedrijfsrecherche rapport waaruit bleek dat appellant brieven had opgesteld om verzekeringen te laten vervallen en klanten te benaderen. Het hof verwierp appellant's verweer dat klanten uit eigen beweging contact zochten en oordeelde dat zijn handelen onrechtmatig was. Alle grieven van appellant faalden, het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant onrechtmatige concurrentie heeft gepleegd en veroordeelt hem in de proceskosten.