ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2583
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen omzetbelasting voor advocaat op grond van Wet op de rechtsbijstand
Belanghebbende, een advocaat, ontving vergoedingen in het kader van de Wet op de rechtsbijstand voor verleende rechtskundige diensten aan min- of onvermogende cliënten. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op over de jaren 2009 en 2010, waarvan de aanslag over 2009 werd gehandhaafd en die over 2010 werd verminderd tot nihil.
Belanghebbende voerde aan dat deze vergoedingen een subsidie waren en daarom niet aan omzetbelasting onderworpen mochten worden. De rechtbank oordeelde dat de vergoedingen wel degelijk als vergoeding voor diensten in de zin van de Wet op de omzetbelasting moesten worden aangemerkt, omdat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de verleende rechtsbijstand en de ontvangen bedragen.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel en verwierp het verweer van belanghebbende. Het Hof overwoog dat de vergoeding cliëntgebonden is en dat het feit dat de vergoeding via de Raad voor de Rechtsbijstand verloopt, niet afdoet aan het economische karakter van de activiteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.