ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2213
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van €113.616,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. In hoger beroep stelde de advocaat-generaal een hogere ontnemingsvordering voor, maar het hof bevestigde het bedrag grotendeels.
De verdediging voerde aan dat de terugvordering van onverschuldigde bijstand door de gemeente Gouda in mindering moest worden gebracht op het ontnemingsbedrag, omdat anders sprake zou zijn van dubbele financiële sancties. Het hof oordeelde echter dat de strafrechtelijke ontnemingsmaatregel en de bestuurlijke terugvordering gescheiden trajecten zijn met verschillende doelen en dat fiscale aspecten niet in de strafzaak worden betrokken.
Wel werd rekening gehouden met de onherroepelijke terugvordering van €66.715,77 door de gemeente, waarvan netto €55.660,47 werd afgetrokken van het ontnemingsbedrag. Daarnaast werd wegens overschrijding van de redelijke termijn een vermindering van €7.955,53 toegepast. Hierdoor werd de betalingsverplichting vastgesteld op €50.000,-.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betalingsverplichting betreft en deed in zoverre opnieuw recht, terwijl het vonnis voor het overige werd bevestigd. De veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €50.000,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.