ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1878
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- T.A. Gladpootjes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2004
Belanghebbende, een houdstermaatschappij, maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 2004. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar al eerder was ingediend en ingetrokken na een compromis met gemachtigden van belanghebbende. Belanghebbende betwistte de bevoegdheid van de gemachtigden en stelde dat het compromis vernietigbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het compromis rechtsgeldig was gesloten door de gemachtigden, ondanks het ontbreken van een schriftelijke machtiging, omdat de inspecteur redelijkerwijs mocht aannemen dat zij bevoegd waren. Ook werd geoordeeld dat de ambtshalve verminderingsbeschikking niet aan beroep onderhevig is.
Het hof bevestigde deze beoordeling en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het hof benadrukte dat belanghebbende ruim twee jaar na het compromis niet alsnog op onbevoegde vertegenwoordiging kan terugkomen. De uitspraak bevestigt dat een bestuursorgaan niet verplicht is een schriftelijke machtiging te verlangen en dat een volmacht stilzwijgend kan worden verleend.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het rechtsgeldig gesloten compromis en de intrekking van het bezwaar.