ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7372
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- B. van Walderveen
- T.A. Gladpootjes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van voorlopige aanslag inkomstenbelasting met betrekking tot APNA-pensioen en AOV-uitkering
Belanghebbende, woonachtig in Nederland sinds 2004, ontving in 2008 een pensioen van het Algemeen Pensioenfonds Nederlandse Antillen (APNA) en een AOV-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank van Curaçao. De Inspecteur stelde vast dat belanghebbende in Nederland belastingplichtig is en legde een voorlopige aanslag op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en heffingsrente, waarna de rechtbank het bezwaar deels gegrond verklaarde en de aanslag verminderde.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat Nederland slechts belasting mag heffen tot het niveau dat de gecombineerde belastingdruk in Nederland en Curaçao gelijk is aan de belastingdruk indien het gehele inkomen in Nederland was verkregen. Hij stelde dat de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting onvolledig was en dat het gelijkheids-, vertrouwens-, rechtszekerheids- en zorgvuldigheidsbeginsel waren geschonden.
Het Hof oordeelde dat het APNA-pensioen en de AOV-uitkering tot het wereldinkomen behoren en dat de aanslag volgens de wettelijke systematiek van artikel 24 BRK Pro correct was berekend. Het beroep op volledige teruggaaf van buitenlandse belasting werd verworpen omdat de wet dit niet voorziet. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen sprake is van gelijke gevallen. Het vertrouwensbeginsel werd niet aangenomen vanwege het ontbreken van toezeggingen van de Inspecteur. Het zorgvuldigheidsbeginsel leidde niet tot vermindering van de aanslag, hoewel de heffingsrente werd beperkt.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.