ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7103
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Labohm
- Mink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep internationale kinderontvoering en teruggeleiding minderjarige naar Verenigd Koninkrijk
In deze zaak staat de internationale kinderontvoering centraal waarbij de moeder zonder toestemming van de vader met de minderjarige vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland is verhuisd. Het hof stelt vast dat de vader geen ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven voor een definitief verblijf in Nederland en ook niet heeft berust in het niet terugkeren van het kind.
De moeder had aanvankelijk toestemming voor een tijdelijk verblijf van circa twee weken, maar bleef daarna met het kind in Nederland. De vader heeft meerdere keren geprobeerd de terugkeer te bewerkstelligen, onder meer door retourtickets te boeken en de Centrale Autoriteit in te schakelen. Het hof oordeelt dat de moeder het kind zonder geldige toestemming heeft overgebracht en dat geen weigeringsgronden zoals ernstig lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind zijn aangetoond.
Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en beveelt de onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige naar het Verenigd Koninkrijk uiterlijk 31 maart 2013. Tevens wijst het hof het verzoek van de moeder af om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding toe te wijzen, omdat daarvoor geen grondslag bestaat in de teruggeleidingsprocedure. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof gelast de onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige naar het Verenigd Koninkrijk uiterlijk 31 maart 2013 en wijst het verzoek van de moeder tot vergoeding van verzorgingskosten af.