ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6357
Gerechtshof Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en passendheid boetes bij niet opgegeven buitenlandse rekeningen in belastingzaken
Belanghebbende is houder geweest van rekeningen bij de KBL in Luxemburg. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens het niet opgeven van buitenlandse inkomsten over de jaren 1990 tot en met 2000.
Na eerdere procedures en een verwijzingsarrest van de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Den Haag de zaak inhoudelijk beoordeeld. Het Hof concludeert dat de Inspecteur voldoende bewijs heeft geleverd dat belanghebbende bewust tegoeden en inkomsten buiten het zicht van de fiscus heeft gehouden, met opzet om belasting te ontduiken.
Het Hof acht de boetes passend en geboden, maar vermindert deze tot 64% van de nagevorderde belastingbedragen, rekening houdend met proportionaliteit en de onzekerheidsmarge bij de vaststelling van de bedragen.
Een verzoek tot proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. De uitspraak is op 11 januari 2013 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De boetes worden vastgesteld op 64% van de nagevorderde belastingbedragen wegens opzettelijk niet opgegeven buitenlandse inkomsten.