ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5998
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Toewijzing achterstallig salaris en vakantiedagen wegens uitbuiting arbeidsuren
In deze civiele zaak stond de vordering van appellante centraal die aanspraak maakte op achterstallig salaris en niet-genoten vakantiedagen over de periode van 1 februari 2004 tot 1 februari 2006. Appellante stelde dat zij 8.352 uren had gewerkt, gebaseerd op een onjuiste berekening van werkdagen per maand en uren per dag. Het hof corrigeerde dit naar een werkweek van 80 uur, wat resulteerde in een lager aantal uren voor verloning.
De berekening van het achterstallig salaris werd aangepast door het hof, dat een bedrag van €19.401,63 bruto toekende, vermeerderd met een wettelijke verhoging van 30% en wettelijke rente vanaf 17 januari 2009. Daarnaast werd een bedrag van €2.010,06 bruto voor opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen toegekend, eveneens met wettelijke verhoging en rente.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de geïntimeerden hoofdelijk tot betaling van de genoemde bedragen en de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en vakantiedagen met wettelijke verhoging en rente.