ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5621
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding advocatenkosten reistijd bij strafzaak zonder oplegging straf
Het Gerechtshof Den Haag behandelde een verzoek ex artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand, waaronder advocatenkosten voor reistijd, in een strafzaak die zonder oplegging van straf of maatregel werd beëindigd.
De verzoeker was in eerste aanleg veroordeeld, maar het hof vernietigde het vonnis en sprak hem vrij. Vervolgens vroeg de verzoeker vergoeding van ruim €72.000 aan kosten voor rechtsbijstand en €540 voor het opstellen van het verzoekschrift. Na behandeling in de raadkamer en het horen van de advocaat-generaal, werd overwogen dat de declaraties voor reistijd integraal voor vergoeding in aanmerking komen, tenzij onredelijk hoog.
Het hof oordeelde dat in deze zaak de kosten niet onredelijk hoog waren en kende een vergoeding van €72.979,76 toe aan de verzoeker, te betalen door de Staat. De beschikking werd op 29 december 2011 in het openbaar uitgesproken door een meervoudige raadkamer van het hof.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €72.979,76 toe voor advocatenkosten inclusief reistijd in een strafzaak zonder oplegging van straf.