ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5321
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichte terugkoop en ontruiming wegens schending zelfbewoningsplicht bij koopgarantwoning
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Woonbron en een particuliere koper van een koopgarantwoning die de woning tijdelijk verhuurde, in strijd met de in de koopgarantregeling opgenomen zelfbewoningsplicht. Woonbron had de ondererfpacht opgezegd wegens ernstig tekortschieten en vorderde ontruiming, betaling van een boete en een bedrag wegens achterstallige betalingen.
De rechtbank wees de vorderingen af, omdat de verhuur van korte duur was, de geïntimeerde niet op de hoogte zou zijn geweest van het verhuurverbod en Woonbron onvoldoende duidelijk had gemaakt dat de tekortkoming tot opzegging zou leiden. Het hof oordeelde anders en stelde dat de verhuur een ernstige tekortkoming vormde die rechtvaardigt dat Woonbron de overeenkomst opzegt en ontruiming vordert.
Het hof mat echter de boete tot nihil vanwege de waardedaling van de woning en de beperkte financiële draagkracht van de geïntimeerde. Tevens veroordeelde het hof de geïntimeerde in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. De machtiging tot ontruiming met inzet van politie werd afgewezen omdat de deurwaarder die bevoegdheid heeft.
Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 26 maart 2013.
Uitkomst: De geïntimeerde is veroordeeld tot ontruiming van de koopgarantwoning binnen zes maanden en betaling van proceskosten, terwijl de boete wegens verhuur is gematigd tot nihil.