ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ4707
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige beëindiging samenwerking door gemeente en omvang schadevergoeding
Het gerechtshof Den Haag heeft op 19 maart 2013 uitspraak gedaan in het hoger beroep tussen appellant en de gemeente Rotterdam over de beëindiging van hun samenwerkingsovereenkomst.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente voldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij het besluit tot beëindiging van de samenwerking. Het hof stelde vast dat appellant niet in de gelegenheid was gesteld om te reageren op het voornemen tot beëindiging, ondanks meerdere telefonische pogingen van de gemeente om contact te zoeken. Er was geen e-mail of sms-communicatie voorafgaand aan het besluit genomen in de collegevergadering.
Het hof oordeelde dat de gemeente tekort was geschoten in haar zorgvuldigheidsplicht en dat appellant hierdoor benadeeld was. De schadevergoeding werd vastgesteld op een redelijk deel van het loon over de resterende contractduur, waarbij rekening werd gehouden met de omstandigheden waaronder appellant zijn werkzaamheden had verricht. Een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van psychisch letsel. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De gemeente is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens onzorgvuldige beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst.