ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ1165
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding na ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak vorderden appellanten ontbinding van de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte en schadevergoeding wegens niet-nakoming door de huurder. De rechtbank had de huurovereenkomst ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur en schadevergoeding tot 1 februari 2012.
Het hof overweegt dat de huurder geen verweer heeft gevoerd, waardoor vaststaat dat de huurovereenkomst tot 1 februari 2013 zou hebben gelopen indien niet voortijdig ontbonden. Appellanten leden daardoor schade in de vorm van gederfde huurinkomsten. Vast staat dat tot en met augustus 2012 geen verhuur heeft plaatsgevonden, maar voor de periode daarna is onvoldoende vastgesteld of schade is geleden.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de veroordelingen tot betaling van huur en schadevergoeding vanaf december 2011 betreft en veroordeelt de huurder tot betaling van huur tot de dag van ontbinding (13 januari 2012) en schadevergoeding tot 1 september 2012. Voor de periode van september 2012 tot uiterlijk 1 februari 2013 zal de schade worden vastgesteld in een schadestaatprocedure. Een vergoeding na 1 februari 2013 wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van ontruiming.
De huurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest is gewezen door het hof Den Haag op 12 februari 2013.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van huur en schadevergoeding tot september 2012 en een schadestaatprocedure voor de periode daarna tot 1 februari 2013.