ECLI:NL:GHDHA:2013:3600

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
18 september 2013
Publicatiedatum
20 september 2013
Zaaknummer
BK-12/00732
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27j Awr (oud)Art. 27l Awr (oud)Art. 8:41 Awb (oud)Art. 8:54 Awb (oud)Art. 8:75 Awb (oud)
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens niet volledig betalen van griffierecht in hoger beroep bestuursrecht

Belanghebbende heeft in een bestuursrechtelijke procedure hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage over de afwijzing van zijn verzoek om voorlopige verliesverrekening. Voor het hoger beroep was een griffierecht van €115 verschuldigd, dat binnen vier weken na verzending van de nota betaald moest worden.

Belanghebbende betaalde het griffierecht niet volledig en te laat. Na het eerste verzuim op 2 februari 2013 werd hij nog driemaal in de gelegenheid gesteld om het resterende griffierecht te voldoen, maar ook daarna bleef betaling achterwege. Het hof oordeelt dat deze extra kansen ten onrechte zijn gegeven en dat belanghebbende in verzuim is gebleven.

Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Algemene wet bestuursrecht verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak is op 18 september 2013 in het openbaar uitgesproken door mr. J.W. baron van Knobelsdorff.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet volledig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht
enkelvoudige kamer
nummer BK-12/00732

Uitspraak na vereenvoudigde behandeling d.d. 18 september 2013

op het hoger beroep van
mr. [X]te [Z], belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 augustus 2012, nr. AWB 12/1083, betreffende de afwijzing van belanghebbendes verzoek om voorlopige verliesverrekening.

Vaststaande feiten

Belanghebbende is voor het door hem ingestelde hoger beroep € 115 aan griffierecht verschuldigd. De termijn voor betaling van het griffierecht bedraagt vier weken. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag na die van verzending van de nota griffierecht.
De eerste aangetekend verzonden nota griffierecht is ter post bezorgd op 4 januari 2013. Blijkens de nota diende het griffierecht uiterlijk op 1 februari 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 4 februari 2013, dus na afloop van de termijn, een bedrag van € 15 aan griffierecht voldaan.
De tweede aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 26 februari 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 100 uiterlijk op 26 maart 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 15 april 2013, dus na afloop van de termijn, een bedrag van € 1 aan griffierecht voldaan.
De derde aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 18 april 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 99 uiterlijk op 16 mei 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 15 mei 2013 een bedrag van € 9 aan griffierecht voldaan.
De laatste aangetekend verzonden nota is ter post bezorgd op 21 mei 2013. Blijkens de nota diende het resterende bedrag aan griffierecht ten bedrage van € 90 uiterlijk op 18 juni 2013 ter griffie van het Gerechtshof te zijn gestort door bijschrijving op de bankrekening die op de nota is vermeld. Door belanghebbende is op 18 juni 2013 een bedrag van € 9 aan griffierecht voldaan.

Overwegingen omtrent het hoger beroep

Belanghebbende is, nadat hij op 2 februari 2013 in verzuim was geraakt, ten onrechte nog drie maal in de gelegenheid gesteld om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Hij heeft het verschuldigde griffierecht niet volledig voldaan. Nu niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Deze uitspraak is gegeven op grond van de artikelen 27j (oud) en 27l (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 8:41, tweede lid (oud), en artikel 8:54 (oud) van de Algemene wet bestuursrecht.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 (oud) van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. J.W. baron van Knobelsdorff, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.M. Visser. De beslissing is op 18 september 2013 in het openbaar uitgesproken.
aangetekend aan
partijen verzonden:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kanbinnen zes wekenna de verzenddatum van deze uitspraak een verzetschrift indienen bij dit gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord. Een kopie van de uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;
- de gronden van het verzet.

Als het gerechtshof het verzet gegrond verklaart, vervalt deze uitspraak. Het hof zal het hoger beroep dan verder behandelen en daarover ontvangen partijen nog bericht.